Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) werkt, maar boerenlandvogels profiteren nauwelijks

Het ANLb remt de daling van het aantal weide- en akkervogels, maar er is meer zogenoemd zwaar beheer nodig om de negatieve trend om te buigen. Dat schrijven onderzoekers van Wageningen Universiteit en Sovon Vogelonderzoek Nederland in de Ecologische Evaluatie 2025. Weidehof Krimpenerwaard herkent de conclusies uit het rapport.

Uit de evaluatie blijkt dat gebieden met ANLb het beter doen dan gebieden zonder natuurbeheer, maar het is landelijk niet meer dan een rem op de daling. Voor een stabiele populaties van weidevogels moet minstens 41% van een gebied uit zwaar beheer bestaan. Voor de grutto ligt die drempel op 46%. Denk hierbij aan plas-dras, kruidenrijk randen en grasland, extensieve maai- en beweidingsmaatregelen. Volgens de onderzoekers is het noodzaak om de focus te leggen op de gebieden die het goed doen. Nog te vaak is er sprake van versnippering van het beheer.

In de Krimpenerwaard zetten 125 agrariërs zich in voor de weidevogels en de biodiversiteit van het landschap. Het totale areaal ANLb is ruim 2100 ha, met 30% zwaar beheer. We voldoen hiermee ruimschoots aan de huidige eis van 25%, vastgesteld door de provincie Zuid-Holland. Maar er is naar mijn overtuiging altijd ruimte voor verbetering.

Randvoorwaarden
Om het ANLb in de Krimpenerwaard te versterken en uit te breiden is het belangrijk dat de randvoorwaarden kloppen. Zo moet de vergoeding voor de agrariërs substantieel omhoog. Daarvoor zou de 500 miljoen, die het Rijk vanaf 2026 jaarlijks beschikbaar stelt, kunnen worden gebruikt.
Daarnaast is er de veelgehoorde klacht over de starheid van het stelsel; kalenderlandbouw, veel administratieve rompslomp en een hoge controledruk. Deze zaken zijn voor collectieven redenen om te werken met afspraken op maat, waar nodig buiten het stelsel om. Voorbeelden hiervan zijn de mozaïektoeslag (staffelvergoeding bij meerdere beheerpakketten binnen het bedrijf), en vergoedingen per broedpaar.
Deze afspraken zijn in de evaluatie meegenomen. Het mag duidelijk zijn dat het voor alle betrokkenen beter is om het aan de voorkant beter te organiseren.
Een bedrijfstoeslag zou passend zijn voor agrariërs met meer dan 15 a 20% zwaar beheer. Op dit moment komen agrariërs met deze percentages nog te vaak in het rood te staan.

Tot slot is langjarige zekerheid en een intensievere samenwerking met terrein beherende organisaties (TBO’s) noodzakelijk voor een groei van de weidevogelpopulatie. Alleen gezamenlijk kunnen we de gestelde doelen bereiken. Het ANLb draagt niet alleen bij aan biodiversiteit. Winst ligt volgens de evaluatie ook in de realisatie van andere natuurdoelen als waterkwaliteit en klimaat. Dit vraagt volgens mij om een lange termijn visie van de overheid en een eerlijke beloning voor agrariërs die zich daarvoor inzetten. Volgens de onderzoekers is de overheid nu aan zet. En die conclusie onderschrijf ik.

Volgend jaar bestaat het ANLb in zijn huidige vorm 10 jaar en volgens mij is er echt wel wat te vieren. Niet alleen in de Krimpenerwaard, maar ook landelijk zetten de collectieven samen met de agrariërs stappen en als je ziet wat we met 6% ANLb hebben bereikt dan mogen we daar best trots op zijn!